Vertaling van weekday van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

weekday

': weekdag
Transcriptie: [ˈwiːkdeɪ]

Woordenboekartikel

noun

  1. weekdag m (week day)
  2. werkdag m (workday)
  3. dag m
  4. doordeweeks

Voorbeelden

tijdsuitdrukkingen of perioden


 

on a weekday

— op een weekdag
 

during the weekdays

— tijdens de weekdagen
 

weekday morning

— weekdagochtend
 

weekday afternoon

— weekdagmiddag
 

weekday evening

— weekdagavond

werkelijkheden of woon-werkverkeer


 

weekday schedule

— weekdagrooster
 

weekday shift

— weekdagdienst
 

weekday office hours

— spreekuur op weekdagen
 

weekday commute

— woon-werkverkeer op een weekdag
 

weekday routine

— weekdagroutine

vervoer of beschikbaarheid van diensten


 

weekday service

— weekdagdienst
 

weekday trains

— weekdagtreinen
 

weekday buses

— weekdagbussen
 

weekday opening hours

— openingstijden op weekdagen

tarieven en aanbiedingen


 

weekday rates

— weekdagtarieven
 

weekday special

— weekdagaanbieding
 

weekday discount

— weekdagkorting
 

weekday menu

— weekdagmenu

planning of reservering


 

weekday appointment

— afspraak op een weekdag
 

schedule on a weekday

— inplannen op een weekdag
 

weekday meeting

— weekdagvergadering

tegenstelling tot het weekend of frequentie


 

weekday versus weekend

— weekdag versus weekend
 

weekdays only

— alleen op weekdagen
 

every weekday

— elke weekdag

bijvoeglijke of informele uitdrukkingen


 

weekday worker

— weekdagwerker
 

weekday warrior

— weekdagstrijder
 

weekday program

— weekdagprogramma