Vertaling van weekly van Engels naar Nederlands
Vertaling van het woord '
weekly
Transcriptie: [ˈwiːklɪ]
Woordenboekartikel
noun
- wekelijks (weekly basis)
- weekblad n (weekly magazine)
- week f (week)
- wekelijkse f
- tijdschrift
adverb
- per week
- elke week
- iedere week
Voorbeelden
regelmaat, periodiciteit
weekly meeting
— wekelijkse vergaderingweekly schedule
— wekelijkse agendaweekly report
— wekelijkse rapportweekly review
— wekelijkse evaluatie; wekelijkse besprekingweekly update
— wekelijkse updatemeet weekly
— wekelijks vergaderenpublished weekly
— wekelijks verschijnenpaid weekly
— wekelijks betaald krijgengedrukte publicaties
a weekly
— weekbladweekly magazine
— weekbladlocal weekly
— plaatselijk weekbladweekly issue
— wekelijkse uitgaveweekly newsletter
— wekelijkse nieuwsbriefwerk, financiën, of betalingen
weekly wages
— weekloonweekly salary
— wekelijks salarisweekly pay
— wekelijkse betalingweekly budget
— wekelijks budgetweekly expenses
— wekelijkse uitgavenweekly payroll
— wekelijkse loonadministratiegezondheid, medische zorg
weekly dose
— wekelijkse dosisweekly appointment
— wekelijkse afspraakweekly therapy
— wekelijkse therapieweekly checkup
— wekelijkse controlesport, opleiding, of routine
weekly training
— wekelijkse trainingweekly practice
— wekelijkse oefeningweekly class
— wekelijkse lesweekly homework
— wekelijkse huiswerkweekly routine
— wekelijkse routinemedia, internet, of communicatie
weekly podcast
— wekelijkse podcastweekly blog post
— wekelijkse blogpostweekly update email
— wekelijkse update-mail