Vertaling van win van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

win

': winnen, overwinning, succes, behalen, verdienen
Transcriptie: [wɪn]   US     UK 

Woordenboekartikel

verb (won, won)

  1. winnen (victory, winning)
  2. behalen (gain)
  3. verwerven (gain)
  4. zegevieren (prevail)
  5. won
  6. win f (winning)
  7. winnaar m (winning)
  8. veroveren (conquer)
  9. halen (catch)
  10. verdienen

noun

  1. overwinning f (victory)
  2. verkrijgen (receive)
  3. gewonnen (winning)
  4. winnend
  5. winst f (victory)
  6. behaalde (gain)
  7. opleveren (give)
  8. succes