Vertaling van win van Engels naar Nederlands
Vertaling van het woord '
win
Woordenboekartikel
verb (won, won)
- winnen (victory, winning)
- behalen (gain)
- verwerven (gain)
- zegevieren (prevail)
- won
- win f (winning)
- winnaar m (winning)
- veroveren (conquer)
- halen (catch)
- verdienen
noun
- overwinning f (victory)
- verkrijgen (receive)
- gewonnen (winning)
- winnend
- winst f (victory)
- behaalde (gain)
- opleveren (give)
- succes
Voorbeelden
overwinning in een wedstrijd of competitie
win a game
— een spel winnenwin a match
— een wedstrijd winnenwin a race
— een race winnenwin the championship
— het kampioenschap winnenwin a medal
— een medaille winnenwin first place
— de eerste plaats behalen; de eerste plaats winnenverkiezingen, politiek of officiële stemmingen
win an election
— een verkiezing winnenwin a seat
— een zetel verwerven; een zetel innemenwin the vote
— de stemmen krijgen; de stemming winnenwin support
— steun verwerven; steun krijgenfinancieel gewin en weddenschappen
win the lottery
— de loterij winnenwin money
— geld winnenwin a bet
— een weddenschap winnenwin a contract
— een contract verwerven; een contract winnenhet winnen van goedkeuring, vertrouwen of sympathie
win someone over
— iemand voor zich winnen; iemands gunst winnenwin someone's trust
— iemands vertrouwen winnenwin approval
— goedkeuring krijgenwin favor
— gunst verwerven; welwillendheid verdienenterugwinnen of herstel
win back
— terugwinnenwin someone back
— iemand terugwinnenwin back customers
— klanten terugwinnenwin back trust
— vertrouwen herstellen; vertrouwen terugwinnenhet verkrijgen van een voordeel, tijd of overwicht
win an advantage
— een voordeel behalenwin the upper hand
— de overhand krijgen; een voordeel krijgenwin time
— tijd winnenwin by a margin
— met een voorsprong winnen; met een marge winnenoverwinning in een discussie, rechtszaak of overtuiging
win an argument
— een discussie winnenwin a case
— een zaak winnen; een rechtszaak winnenwin someone to your side
— iemand aan jouw kant krijgen; iemand overtuigenwin the debate
— het debat winnen; de discussie winnenidiomen en vaste uitdrukkingen
win hands down
— makkelijk winnen; met gemak winnenwin by a landslide
— met een grote meerderheid winnen; met een aardverschuiving winnenwin out
— triomferen; de overhand krijgenwin through
— succes behalen; erdoorheen komen