Vertaling van win van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

win

': winnen, overwinning, succes, behalen, verdienen
Transcriptie: [wɪn]

Woordenboekartikel

verb (won, won)

  1. winnen (victory, winning)
  2. behalen (gain)
  3. verwerven (gain)
  4. zegevieren (prevail)
  5. won
  6. win f (winning)
  7. winnaar m (winning)
  8. veroveren (conquer)
  9. halen (catch)
  10. verdienen

noun

  1. overwinning f (victory)
  2. verkrijgen (receive)
  3. gewonnen (winning)
  4. winnend
  5. winst f (victory)
  6. behaalde (gain)
  7. opleveren (give)
  8. succes

Voorbeelden

overwinning in een wedstrijd of competitie


 

win a game

— een spel winnen
 

win a match

— een wedstrijd winnen
 

win a race

— een race winnen
 

win the championship

— het kampioenschap winnen
 

win a medal

— een medaille winnen
 

win first place

— de eerste plaats behalen; de eerste plaats winnen

verkiezingen, politiek of officiële stemmingen


 

win an election

— een verkiezing winnen
 

win a seat

— een zetel verwerven; een zetel innemen
 

win the vote

— de stemmen krijgen; de stemming winnen
 

win support

— steun verwerven; steun krijgen

financieel gewin en weddenschappen


 

win the lottery

— de loterij winnen
 

win money

— geld winnen
 

win a bet

— een weddenschap winnen
 

win a contract

— een contract verwerven; een contract winnen

het winnen van goedkeuring, vertrouwen of sympathie


 

win someone over

— iemand voor zich winnen; iemands gunst winnen
 

win someone's trust

— iemands vertrouwen winnen
 

win approval

— goedkeuring krijgen
 

win favor

— gunst verwerven; welwillendheid verdienen

terugwinnen of herstel


 

win back

— terugwinnen
 

win someone back

— iemand terugwinnen
 

win back customers

— klanten terugwinnen
 

win back trust

— vertrouwen herstellen; vertrouwen terugwinnen

het verkrijgen van een voordeel, tijd of overwicht


 

win an advantage

— een voordeel behalen
 

win the upper hand

— de overhand krijgen; een voordeel krijgen
 

win time

— tijd winnen
 

win by a margin

— met een voorsprong winnen; met een marge winnen

overwinning in een discussie, rechtszaak of overtuiging


 

win an argument

— een discussie winnen
 

win a case

— een zaak winnen; een rechtszaak winnen
 

win someone to your side

— iemand aan jouw kant krijgen; iemand overtuigen
 

win the debate

— het debat winnen; de discussie winnen

idiomen en vaste uitdrukkingen


 

win hands down

— makkelijk winnen; met gemak winnen
 

win by a landslide

— met een grote meerderheid winnen; met een aardverschuiving winnen
 

win out

— triomferen; de overhand krijgen
 

win through

— succes behalen; erdoorheen komen