Vertaling van winter van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

winter

': winter, winters, overwinteren, de winter doorbrengen, de winter overhouden
Transcriptie: [ˈwɪntə]

Woordenboekartikel

noun

  1. winter m (midwinter, wintertime, winter day)
  2. winterseizoen n
  3. winterperiode f
  4. winterdag m
  5. wintersportvakantie f
  6. winterse

adjective

  1. winters

verb

  1. overwinteren
  2. de winter doorbrengen
  3. de winter overhouden
  4. doen bevriezen

Voorbeelden

 

winter season

— winterseizoen
 

winter chill

— winterkou
 

winter snow

— wintersneeuw
 

winter frost

— wintervorst
 

winter holidays

— wintervakantie
 

winter coat

— winterjas
 

winter landscape

— winterlandschap
 

winter evening

— winteravond
 

winter sports

— wintersport
 

winter wonderland

— winterwonderland
 

severe winter

— strenge winter
 

harsh winter

— harde winter
 

winter sleep

— winterslaap