Vertaling van wont van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

wont

': gewoonte, gewend, gewoon zijn
Transcriptie: [wəʊnt]

Woordenboekartikel

noun

  1. gewoonte f

adjective

  1. gewend

verb

  1. gewoon zijn

Voorbeelden

ontkenning van de toekomst, verkorting van won't


 

I won't

— ik zal niet
 

he won't come

— hij zal niet komen
 

she won't agree

— ze zal niet instemmen
 

they won't help

— ze zullen niet helpen
 

that won't do

— dat zal niet gaan; dat zal niet werken
 

the door won't budge

— de deur zal niet wijken; de deur geeft niet mee
 

she won't have time

— ze zal geen tijd hebben; ze zal het niet halen
 

he won't hear of it

— hij wil er niets van horen; hij weigert het te bespreken

gewoonte, wont als zelfstandig naamwoord of bijvoeglijk naamwoord


 

as is his wont

— zoals zijn gewoonte is; volgens zijn gebruik
 

he is wont to rise early

— hij is gewoon vroeg op te staan; hij heeft de gewoonte vroeg op te staan
 

she was wont to complain

— ze was gewoon te klagen; ze had de gewoonte te klagen
 

they are wont to meet on Sundays

— ze zijn gewoon op zondagen af te spreken; ze hebben de gewoonte op zondagen af te spreken
 

to be wont to

— de gewoonte hebben om iets te doen