Vertaling van work van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

work

': werken, werk, arbeid, werkplaats, werkstuk
Transcriptie: [wɜːk]   US     UK 

Woordenboekartikel

verb (worked/wrought, worked/wrought)

  1. werken (works, working, act)
  2. functioneren
  3. werkten
  4. gewerkt (working)
  5. samen (collaborate)
  6. uitwerken (draw)
  7. fungeren (act)
  8. gaan
  9. laten werken
  10. bewerken

noun

  1. werk n (works, effort)
  2. arbeid m
  3. werkzaamheden f (job)
  4. werkzaam (works)
  5. bezig (occupy)
  6. opereren (act)
  7. werktelefoon m
  8. werkplaats
  9. werkstuk
  10. daad