Vertaling van working van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

working

': werking, werk-, werkzaam, werkend, bedrijf
Transcriptie: [ˈwɜːkɪŋ]

Woordenboekartikel

noun

  1. werkend (worker)
  2. werkzaam (operating)
  3. werking f (operating)
  4. werken (work)
  5. werkten
  6. werk n (work)
  7. arbeid m
  8. werkdag m (working day)
  9. Working m
  10. werkzaamheden f (work)

participle

  1. werkt

adjective

  1. werk-
  2. bruikbaar
  3. praktisch
  4. bedrijfs-

Voorbeelden

beroep of rol


 

working mother

— werkende moeder
 

working father

— werkende vader
 

working class

— arbeidersklasse
 

working professional

— werkende professional; praktiserend specialist
 

working student

— werkende student

toestand of kenmerk


 

working condition

— werkende staat; gebruiksgereed
 

working order

— in werkende orde; in goede staat
 

working relationship

— werkrelatie; zakelijke relatie
 

working knowledge

— praktische kennis; basiskennis
 

working atmosphere

— werksfeer; sfeer op het werk

schema, tijd of plaats van werk


 

working day

— werkdag
 

working hours

— werkuren; openingstijden
 

working week

— werkweek
 

working from home

— thuiswerken
 

working shift

— werkploeg; dienst

technische, apparaten of prototypes


 

working model

— werkend model; functionerend model
 

working prototype

— werkend prototype; functionerend prototype
 

working mechanism

— werkmechanisme
 

working system

— werkend systeem; functionerend systeem

organisatie, documenten of financiën


 

working group

— werkgroep
 

working paper

— werkdocument; concept; interne notitie
 

working capital

— werkkapitaal
 

working title

— werktitel; voorlopige titel

werkwoordelijke uitdrukkingen of acties


 

working on

— werken aan
 

working through

— doorwerken; doornemen; overwinnen
 

working out

— uitwerken; sporten; lukken
 

working together

— samenwerken
 

working around

— omzeilen; een omweg vinden