Vertaling van wrap van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

wrap

': wikkelen, inpakken, omhullen, hullen, omslagdoek
Transcriptie: [ræp]

Woordenboekartikel

noun

  1. wrap m (wrapping)
  2. omslag m (cover page)
  3. wikkel m
  4. terugloop m (word wrap)
  5. wikkeling m
  6. omslagdoek
  7. sjaal
  8. omhulsel
  9. kamerjapon
  10. reisdeken

verb

  1. wikkelen (wrapping)
  2. inpakken (pack)
  3. verpakt (pack)
  4. ingepakt (package)
  5. verpakken (wrapping)
  6. teruglopen (drop off)
  7. ronden (finish)
  8. afgebroken (break down)
  9. afronden (finish)
  10. vatten

Voorbeelden

inpakken of omwikkelen


 

wrap a present

— een cadeautje inpakken
 

gift wrap

— cadeauverpakking; inpakpapier
 

wrap in paper

— in papier wikkelen
 

wrap up the parcel

— het pakje inpakken; het pakket inpakken
 

plastic wrap

— huishoudfolie; plasticfolie

eten of gerecht


 

chicken wrap

— kipwrap; kiprol
 

veggie wrap

— groentewrap; groenterol
 

breakfast wrap

— ontbijtwrap
 

wrap sandwich

— wrap; broodje wrap

kleding of omslagdoek


 

wrap dress

— jurk met overslag; wikkeljurk
 

wrap coat

— jas met overslag; wikkeljas
 

shawl wrap

— shawl; omslagdoek
 

wrap yourself up

— je dik aankleden; je warm aankleden

afsluiten of samenvatten


 

wrap up

— afronden; samenvatten
 

wrap up the meeting

— de vergadering afsluiten; de vergadering samenvatten
 

wrap things up

— zaken afronden; dingen afronden
 

wrap-up comments

— afsluitende opmerkingen; samenvattende opmerkingen

omvatten, omringen of omwikkelen


 

wrap around

— omwikkelen; om iets heen wikkelen
 

the cable wraps around the post

— de kabel wikkelt zich om de paal
 

wrap someone around your finger

— iemand om je vinger winden; iemand manipuleren

begrip, betrokkenheid of emoties


 

wrap your head around

— je hoofd eromheen krijgen; begrijpen
 

get wrapped up in

— opgaan in; meegezogen worden in
 

wrapped up in thought

— in gedachten verzonken; peinzend
 

wrapped in cotton wool

— in watten leggen; overdreven beschermen

omhelzen of bedekken


 

wrap one's arms around

— iemand omhelzen; je armen om iemand heen slaan
 

wrap someone in a blanket

— iemand in een deken wikkelen; iemand in een deken rollen